Joseon

Paleis
Opkomst van Joseon
Nadat hij de macht had overgenomen veranderde generaal Yi zijn naam naar koning Taejo. Hij verhuisde de hoofdstad van Gaeseong naar Hanyang, het hedendaagse Seoel. Koning Taejo was eerst van plan om de naam Goryeo te blijven gebruiken, maar zag daar in 1393 van af en riep een nieuwe dynastie uit met de naam Joseon. Het plan was verder om de laatste afstammeling van het Goryeo’s vorstenhuis te verbannen naar Gwanghwa eiland. Toen men echter op volle zee was, kwam het ware plan naar boven. De boot werd tot zinken gebracht en laatste leden van de Goryeodynastie kwamen om het leven.
In 1394 werd begonnen aan de bouw van de nieuwe hoofdstad in Seoel. Reeds in 1395 was het Gyeonbok, paleis klaar en in 1405 het minder belangrijke Changdeok paleis. Al voor de eerste helft van de 15de eeuw was de gehele nieuwe stad klaar, geheel volgens de regels van feng shui. Vanaf 1413 werd alles van enige betekenis vastgelegd in de Joseon Wangjo Sillok, in het Westen beter bekent als de Annalen van Joseon. Niet alleen staatsaangelegenheden, maar ook zaken uit het dagelijkse leven, de cultuur en de jaarlijkse oogst werden hierin bijgehouden. Tijdens het leven van de vorst werden nauwkeurig notities bijgehouden, die na zijn dood werden uitgewerkt. Het was niemand toegestaan om de ruwe versie te lezen, zelfs de vorst zelf niet. Dit zorgde ervoor dat de annalen zeer objectief geschreven werden. Tot aan 1863 werden deze annalen bijgehouden, kopieën werden op verschillende bewaard. De annalen zijn ook nu nog steeds beschikbaar en een enorme bron voor moderne historici.
Aan het hof van Joseon vonden een aantal intriges plaats rond de troon, waarbij veel bloed werd vergoten. De eerder genoemde Taejong nam de troon over van zijn oudere broer Jeongjong, nadat hij deze zelf op de troon had geholpen. Taejo had zijn oudere zoons namelijk gepasseerd bij het kiezen van een troonopvolger en hun jongere half-broer Yi Bang-seok aangewezen als troonopvolger. Taejong vermoorde Yi, Yi’s moeder en Yi’s nakomeling voordat Yi de troon kon bestijgen. Jeongjong werd de nieuwe koning toen Taejo in 1399 aftrad. Twee mensen die Taejong geholpen hadden de coupe te plegen in 1398 rebelleerden tegen hem in 1400 omdat hij hun niet voldoende beloond zou hebben. Eén van de rebellen was Taejong’s oudere broer Yi Bang-gan, de andere was generaal Bak Po.
Taejong versloeg de legers van Bak Po en verbande zijn broer. Koning Jeongjong trad nadat incident af en Taejong werd de nieuwe koning.
Een soort gelijk incident vond plaats met Danjong, de zoon van koning Munjong. Hij besteeg in 1452 de troon toen hij twaalf was, maar werd door zijn oom Sejo in 1455 aan de kant gezet en later door deze vermoord.
Het is dus niet toevallig dat het ook koning Taejong was die het hoog geplaatste functionarissen en de aristocratie verbood om er eigen privé legers op na te houden. Op die manier verkleinde hij de kans op rebellie tegen de troon. Het was tevens zijn bewind dat Confucianisme werd verkozen boven het Boeddhisme als staatsideologie. Daarmee de cultuur voor een belangrijk deel bepalend voor vele toekomstige Koreanen. Een strikt systeem van regels werd ingesteld, gedomineerd door de geletterde klasse van edelen, yangban genaamd.
Hangul

Koning Sejong de Grote
Oorlogen ten tijde van Joseon
Koning Sejo voerde in 1460 en 1467 oorlog tegen de Jurchen in het noorden. Ook zijn kleinzoon Seongjong trok in 1491 tegen hen ten strijde. Dit waren de laatste oorlogen waar Korea zelf het initiatief toe nam.
In 1592 werd Korea aangevallen door Japan. De Japanse legers, onder leiding van Toyotomi Hideyoshi, hadden de ambitie om Korea, Ming China, de Jurchens en India te veroveren. Voorafgaand aan de aanval hadden de Japanners in 1587 al contact gezocht met de Koreanen om deze te bewegen deel te nemen aan een aanval op China. Tijdens één van de bezoeken gaven de Japanners de Koreanen zelfs haakbussen. De Japanners hadden beschikking gekregen over betere vuurwapens van Portugese makelij en zagen hun kans schoon. Hoewel sommige stemmen aan het hof er op aan hadden gedrongen om de haakbussen te reproduceren, werd dit advies niet opgevolgd bij gebrek aan interesse. Japan zag Korea als een vazalstaat, terwijl Korea de zaken juist andersom interpreteerde. Dit leidde diverse malen tot miscommunicatie tijdens diplomatieke missies over en weer. De Japanse bedoeling was dat Korea tribuut zou betonen aan Japan en Japan zou helpen bij een aanval op China. Toen dit niet gebeurde viel men in 1592 binnen. Tot die tijd hadden de Koreanen zich altijd afdoende weten te verdedigen tegen de aanvallen Japanse piraten. Voor de verdediging van het land zelf vertrouwde men op de technische betere boogschutters. Boogschutters hadden altijd een belangrijke rol gespeeld bij de verdediging van het bergachtige Koreaanse land en al vaak hun kunnen bewezen.
Tegen de nieuwe vuurwapens moest men het echter afleggen en binnen een paar maanden waren grote delen van het schiereiland in Japanse handen.
Lokale tegenstand, in de vorm van ‘rechtvaardigheids legers’, en de acties van admiraal Yi Sunsin vertraagden echter de Japanse opmars. Dankzij admiraal Yi beheerste Joseon de zeeën rondom Korea en bracht grote schade toe aan de Japanse aanvoer van materiaal, voedsel en manschappen. Op zee zag men zelfs het omgekeerde van wat op land gebeurde. De Koreaanse marine had zich sinds de Goryeodynastie wel ontwikkeld en de Koreaanse schepen waren uitgerust met kanonnen, dit in tegenstelling tot de Japanse vloot. In de eerste jaren van de oorlog kon de Koreaanse vloot dan ook gemakkelijk de Japanse vloot van een veilige afstand bestoken.
Op land schoot China de Koreanen te hulp en in 1593 werden de Japanners terug gedreven. Dit gebeurde onder leiding van de Chinese generaal Li Rusong, wie overigens Koreaanse voorouders had. De gevolgen van de Japanse aanval bleken echter desastreus te zijn voor de economie van Joseon. Grote delen van het land werden verwoest en Koreaanse vakmensen waren meegenomen naar Japan. In 1597 kwamen de Japanners echter terug. Dit keer was het doel niet de wereld te veroveren, maar slechts Korea als vergeldingsmaatregelen tegen de Koreanen. De tweede Japanse aanval verliep in eerste instantie minder succesvol dan de eerste. De Japanners kwamen niet veel verder dan Korea’s Gyeonsang provincie in het zuidoosten. Hoewel Japan later meer succes had, was het toch niet opgewassen tegen de gecombineerde kracht van Joseon en Ming China. Op 18 september, 1598 gaf Hideyoshi vanaf zijn sterfbed opdracht tot terugtrekking van de Japanse troepen. De Japanse vloot van 500 schepen die de Japanse soldaten terug moest doen laten keren naar Japan werd echter door admiraal Yi Susin en de Chinese admiraal Chen Lin aangevallen in de straat van Noryang. Bij de laatste aanval van de Koreanen werd admiraal Yi dodelijk geraakt door een verdwaalde kogel. Dat deze oorlog niet zonder gevolgen kon blijven, is duidelijk. Joseon leerde dat het militair alert moest zijn en nam doorvoor een aantal maatregelen. Eén daarvan was het samenstellen van een handboek voor het leger. Tijdens de oorlog hadden de Koreanen kennis gekregen van een Chinees boek over strategie en krijgskunst. Dit boek, Ji Xiao Xin Shu genaamd (Nieuw boek van effectieve technieken), was geschreven voor de Chinese generaal Qi Jiguang rond 1560. De Chinese generaal Li Rusong weigerde echter om het boek aan de Koreanen te geven, wie daarop een afvaardiging naar China stuurden om het boek in het geheim te verkrijgen. Dit gebeurde in opdracht van koning Seonjo.
Uiteindelijk leidde dit alles tot de samenstelling van een nieuw boek, Muyejebo, door de Koreaanse strateeg Han Gyo. In het boek worden zes wapens beschreven welke ook terug te vinden zijn in de Ji Xiao Xin Shu.
Generaal Qi schreef het boek om zijn troepen te instrueren hoe ze zich tegen Japanse piraten dienden te verdedigingen. Hij gaat hierbij uit van de ‘Mandarijn eend formatie’. Een formatie waarbij twaalf mannen één legereenheid vormden, al hun acties waren gebaseerd op samenwerking. Iedere soldaat in de formatie werd door iemand anders gedekt.
De zes wapens die in de Muyejebo beschreven staan zijn; de lange speer (jangchang), groot zwaard (ssangsudo), schild (duengpae), veelpuntige speer (nangseon), drietand (dangpa) en de lange stok (gonbang). De ssangsudo was een zwaard dat met twee handen vastgehouden diende te worden. Later gaf de koning opdracht tot een uitbreiding van de Muyejebo. Dit werk werd onder zijn opvolger, koning Gwang Haegun, voltooid. Choe Ginam was de auteur van het werk, Muyejebo Sokjip genaamd. Echter rond de tijd van publicatie werd er nog de vertaling van een Japans werk aan toegevoegd, daarmee de basis leggend voor de samenstelling van de Muyejebo Beongyeok Sokjip in 1610.
In 1627 en 1637 werd Korea aangevallen door Mantsjoerije. Mantsjoerije waren ook succesvol geweest in het omverwerpen van de Mingdynastie in China en een nieuwe dynastie, Qing, werd door Mantsjoerije in het zadel geholpen. Joseon gaf zich over aan de Qing en werd een tribuut staat van de Qingdynastie. Dit ging echter niet van harte. Het sterk Confucianistische Korea zag de nieuwe heersers als barbaren en meenden dat Joseon, de jongere broer van de oude Mingdynastie, deze moest voortzetten.
Kluizenaarrijk
Joseon sloot zich af van de buitenwereld. Handel met andere, omliggende, landen vond nog wel plaats, maar was gebonden aan allerlei regels. Hoever de Koreanen gingen in het zich afsluiten van de buitenwereld ondervond ook een groep Nederlandse schipbreukelingen in 1653 toen hun schip de Sperwer schipbreuk leed op het Koreaanse eiland Jeju. Ze werden door de Koreaanse koning gedwongen om te blijven en voor hem te werken. Uiteindelijk, na dertien jaar, lukte het een aantal mannen om Korea te ontvluchten naar Japan. De VOC boekhouder en één van de schipbreukelingen, Hendrick Hamel, schreef een verslag over hun verblijf in Korea. Door één van zijn medereizigers, Mattheus Eibokken, werd later het eerste Nederlands-Koreaanse woordenboek geschreven, waarin de vertaling van 143 woorden wordt gegeven. Uit de manier waarop Eibokken de Koreaanse woorden schrijft, blijkt dat hij bekend moet zijn geweest met hangul.
Militaire ontwikkeling

Hwaseong
De nieuwe uitgave, Muyesinbo getiteld, verscheen in 1759. De laatste revisie van Koreaanse legerhandboeken stamt uit 1791 en is waarschijnlijk de bekendste van allemaal. Het kwam tot stand tijdens de regering van koning Jeongjo (1752 – 1800) de zoon van prins Sado. De Muyedobotongji werd geschreven voor Yi Deokmu en Park Jega en bestaat uit vier verschillende volumes. In het boeken worden de 18 vaardigheden beschreven van de Muyesinbo met daaraan toegevoegd een aantal ruitervaardigheden. Het boek wijkt af van vorige versies omdat het wapens indeelt naar de manier waarop ze gebruikt dienen te worden, terwijl ze in vorige edities werden ingedeeld naar hun bereik.
Val van Joseon
Het Joseon van de 19de eeuw kenmerkte zich door interne onrust en druk van buitenaf. Dit niet in laatste instantie vanwege onenigheid in opvatting van verschillende fracties over de dood van prins Sado. In 1866 bezet Frankrijk Ganghwa eiland. Aanleiding was de actie van de Joseon regering om een aantal Franse Jezuïeten te vermoorden die illegaal bezig waren te evangeliseren. Uiteindelijk trok Frankrijk zich weer terug, maar tien jaar later waren het de Japanners die Korea met militair geweld dwongen om het land te openen. Hetzelfde was de Japanners in 1854 gebeurd, toen de Verenigde Staten Japan uit hun isolatie dwongen. De Verenigde Staten zelf hadden in 1871 al eens een poging ondernomen om Korea via een diplomatieke missie te openen. De missie monde echter uit in een gewapend conflict. Hoewel de Verenigde Staten het conflict won, hadden ze niet de kracht om Korea te dwingen tot meer openheid.
De overwinning op China in 1894 van Japan, zorgde ervoor dat Korea onafhankelijk werd van China, daarmee werd ook het eeuwenlange systeem van tribuut brengen afgeschaft.. Op hetzelfde moment gaf het echter Japan meer mogelijkheden tot het annexeren van Korea. Om de agressie van Japan te stoppen, knoopte de men nieuwe banden aan met Rusland. Dit gebeurde onder leiding van koningin Min (later keizerin Myeongseong). Zij werd echter in het paleis om het leven gebracht in een door Japan in elkaar gezet plot. Na de dood van vrouw vluchtte koning Gojong samen met zijn nieuwe vrouw en de kroonprins naar Rusland. Tijdens zijn verblijf in Rusland zorgden maatregelen van pro-Japanse mensen in de regering er voor dat Japan nog meer invloed uit kon oefenen in Korea. In die zelfde tijd zagen Rusland, de Verenigde Staten en Japan hun kans schoon en begonnen de natuurlijke bronnen van Korea te exploiteren. In 1897 probeerde koning, de zijn macht zag wegebben, het tij te keren door terug te keren naar Korea en de Joseondynastie om te dopen tot een keizerrijk, Daehan Jeguk genaamd.
Nadat Japan in 1905 ook de Russische vloot had verslagen, betekende dit het einde van Korea’s onafhankelijkheid. En in hetzelfde jaar werd Korea een protectoraat van Japan. In 1910 annexeerde Japan Korea en daarmee kwam officieel een einde aan de Joseondynastie.