Japanse bezetting
De bezetting van Korea door Japan heeft het Koreaanse volk ernstig getraumatiseerd. Japan had de gehele annexatie van Korea voor ogen. Korea moest ontdaan worden van haar eigen culturele identiteit en geassimileerd worden. Koreanen werden tweederangs burgers in hun eigen land, Japans werd de officiële taal en door middel van allerlei hervormingen op sociaal, cultureel en economisch vlak werd getracht dit doel te bereiken.Verschillende pogingen werden vanaf Koreaanse zijde ondernomen om onder Japans bewind uit te komen. Zo werden in 1907 drie afgevaardigden naar Den Haag gestuurd om daar, tijdens de tweede vredesconferentie van Den Haag, te pleitten voor de Koreaanse zaak. Ze worden echter niet toegelaten tot het publieke debat. Japan nam tegenmaatregelen en dwong de koning om af te treden, zijn zoon werd aangesteld als regent zonder enige macht van betekenis.
In 1919 overleed koning Gojong, ruim een miljoen Koreanen gingen de straat op om hun onvrede te uitten over de Japanse bezetting. In Seoel werd op 1 maart een verklaring van onafhankelijkheid voorgelezen. Acties van de Eerste Maartbeweging werden door Japan hardhandig aangepakt, en ruim 7.000 Koreanen kwamen in de twaalf maanden die de demonstraties duurden om het leven. Na dit protest werden door Japan verschillende maatregelen genomen om de grootste bezwaren uit de weg te ruimen. Zo werd beperkte vrijheid van pers toegestaan.
Sommige Koreanen, voornamelijk ex-militairen, weken uit naar Mantsjoerije en voerden van daaruit een guerrilla oorlog. De annexatie in 1932 van Mantsjoerije door Japan bracht echter ook al snel een einde aan de acties van dit vrijheidsleger.
Vanaf 1931 werden door Japan nog strengere maatregelen getroffen. Vrijheid van pers en meningsuiting werd onderdrukt en mensen die tegen de Japanners rebelleerden werden hard aangepakt. En niet alleen de rebellen. Mensen die rebellen hielpen werden samengedreven in publieke gebouwen, meestal kerken, en werden om het leven gebracht door de kerk aan te steken. Toen Japan in 1941 Pearl Harbor aanviel, verklaarde de Provisionele Regering van de Republiek van Korea in Shanghai de oorlog aan Japan en Duitsland. Het Koreaanse bevrijdingsleger werd opgericht, en nam deel aan verschillende geallieerde acties in Zuidoost Azië. In Yenan werd, buiten de provisionele regering om, het Koreaanse Vrijwilligers Leger opgericht, bestaande uit Koreanen die gedeserteerd waren uit het Japanse leger. Na Operatie Augustus Storm trok dit leger Mantsjoerije binnen en rekruteerde daar wonende Koreanen. Dit leger werd uiteindelijk het Koreaanse Volksleger van Noord-Korea.
Na de overgave van Japan in op 15 augustus, 1945 kwam er officieel een eind aan 35 jaar Japanse overheersing. De Amerikanen arriveerden op 8 september in het zuidelijke deel van Korea. Tijdens een spoedbijeenkomst werd voorgesteld om Korea langs de 38ste breedtegraad in tweeën te delen.
Korea na de bezetting
Hoewel de Koreanen zelf sterk tegen de splitsing van hun land waren, besloten de Amerikanen en Russen om het land tijdelijk in tweeën te delen. De bedoeling was om via verkiezingen tot een nieuwe Koreaanse regering te komen. Beide supermachten steunden echter verschillende kandidaten en zo ontstonden effectief twee regeringen die beide de soevereiniteit claimden over het gehele Koreaanse schiereiland. In het zuiden stelden de Amerikanen het land onder militair bestuur wat effectief inhield dat de mensen die tijdens de Japanse bezetting het land hadden bestuurd, dat ook na de bezetting bleven doen. Uiteindelijk werd daar Syngman Rhee naar voren geschoven als de nieuwe president van het land. Rhee was woonachtig geweest in de VS. Toen hij in 1948 de eerste president van Zuid-Korea werd, verlieten de Amerikanen Korea.
In het noorden konden de communisten natuurlijk op de steun van het Sovjet leger rekenen. In 1946 kwam Kim Il-sung in het noorden aan de macht en voerde een landhervorming door, waarbij het land uit handen van Japanse collaborateurs werd genomen en overgedragen werd aan arme boeren. Deze hervorming werd vrijwel zonder geweld doorgevoerd, maar veel onteigende landeigenaren vluchten naar het zuiden. Ook Rusland trok in 1948 haar legers terug uit het noorden.