/Welkom /Geschiedenis /Prehistorie 

Prehistorie

Bijlen
Bijlen en speerpunten
Volgens sommige wetenschappers werd het Koreaanse schiereiland 500 tot 700 duizend jaar al bewoond door vroege voorouders van de moderne mens. Ook de Homo sapiens, onze directe voorouders moeten er reeds hebben rond gelopen. Stenen gebruiksvoorwerpen, met een gedateerde leeftijd van 30 a 40 duizend jaar, werden door hun achterlaten. Zij maakten gebruik van stenen vuistbijlen, schrapers en messen. Ze gebruikten deze voorwerpen voor de jacht, en in hun de door hun bewoonde grotten zijn dan ook botresten van dieren terug gevonden.
De geschiedenis van de moderne mens begint echter zo’n 8.000 voor Christus. De toenmalige bewoners lieten ons meer na dan alleen stenenvoorwerpen. Diverse soorten aardewerk uit deze tijd zijn ook nu nog te bezichtigen in Koreaanse musea. Aardewerken potten zijn breekbaarder dan voorwerpen gemaakt van steen, ze zijn echter ook gemakkelijker te vervaardigen. De cultuur van een bepaald tijdperk wordt dan ook beter weergegeven in het aardewerk.
Het is te danken aan twee verschillende soorten aardewerk dat we de periode van 8.000 voor Christus tot en met 300 voor Christus opdelen in twee tijdperken. Het oudste tijd perk wordt het Jeulmun tijdperk genoemd, naar de met kampatronen versierde vaten uit die tijd. Rond het 1500 breekt het Mumun tijdperk aan, het aardewerk uit deze tijd mist de versieringen van het voorgaande tijdperk.

Jeulmun tijdperk
Het Jeulmun tijdperk wordt opgedeeld in het vroege, midden en late Jeulmun tijdperk. In de periode 8.000 tot 3.000 voor Christus was de temperatuur op aarde gemiddeld hoger, waardoor het waterpeil hoger was dan dat vandaag. De Koreaanse kustlijn lag dan ook verder landinwaarts dan in onze tijd. De stijging in temperatuur had ook tot gevolg dat de flora en fauna veranderde. In de plaats van de grote zoogdieren uit de ijstijd kwamen kleinere en snellere dieren, zoals herten, hazen en zwijnen. De dichte wouden zorgden er voor dat het moeilijker was op deze dieren te jagen, terwijl de bevolking groeide. Meer mensen en minder voedsel, de oplossing voor dit probleem was het bedrijven van landbouw.

Vroege Jeulmun periode
In de vroege Jeulmun periode leefde men nog voornamelijk van de jacht, visvangst en het verzamelen van voedsel. De stortplaatsen uit deze tijd wijzen op een dieet van ondermeer schaaldieren. De mensen leefden dicht bij de kust in tijdelijke nederzettingen. Het was nog te riskant om de gehele voedselvoorziening van de landbouw af te laten hangen. Na het planten, kon men niet veel meer doen dan wachten tot de oogst. Men was overgeleverd aan de grillen van de natuur. Het aardewerk uit deze tijd kent nog niet de distinctieve kenmerken van de latere Jeulmun periodes en is simpel van aard.

Midden Jeulmun periode
Tijdens de midden Jeulmun periode, van 3500 – 2000 v. Chr., begonnen de bewoners van het Koreaanse schiereiland zich intensiever bezig te houden met landbouw. Hoewel wordt aangenomen dat dit niet op grote schaal was en men voornamelijk nog in levensonderhoud voorzag met jacht, visvangst en verzamelen. Er zijn resten van gierst gevonden uit deze periode, maar onduidelijk is of het hier gaat om gecultiveerde gierst of niet. Het kegelvormige aardewerk uit deze periode werd versierd met ingesneden kam patronen of patronen verkregen door het aardewerk te omwikkelen met touw. De term jeulmun betekend dan ook kam-patroon.

Late Jeulmun periode
In de late Jeulmun periode (2.000 – 1.500 voor Chr.) wordt het belang van landbouw voor de voedselvoorziening nog groter dan voorheen. Verondersteld wordt dat door klimatologische veranderingen schaaldieren, een belangrijk bestanddeel van het prehistorische dieet, schaarser werden. Deze verandering bracht met zich mee dat mensen zich langer vestigden op één plaats . Het cultiveren van land gebeurde echter nog maar voor korte tijd, als de bodem uitgeput raakte, trok men verder. De cultuur van jagen, verzamelen en op kleine schaal cultiveren van land kwam tot een einde toen er een betere methode werd gevonden om land te cultiveren. Hiermee brak een nieuw tijdperk aan in de Koreaanse prehistorie, het Mumun tijdperk.

Mumun tijdperk
Aardewerk uit het Mumun tijdperk (1.500 – 300 voor Chr.) verschilt van eerder aardewerk door het ontbreken van versiering. Deze cultuur verspreidde zich vanuit het noorden over het gehele schiereiland, en staat bekend om zijn intensieve landbouw en het ontstaan van gecompliceerde maatschappelijke structuren in zowel Korea als op de Japanse eilanden.

Grafkruik
Grafkruik
Ook het Mumun tijdperk wordt opgedeelde in een vroege, midden en late periode. Tijdens het Mumun tijdperk zien we hoe de maatschappij langzaam verandert. Complexe ceremoniën ontstaan en het is ook uit deze periode dat de Koreaanse hunebedden stammen. De mensen uit het Mumun tijdperk begroeven hun doden in grote aardewerken kruiken. Later werd het gebruikelijk om de graven te bedekken met grote steen. In dezelfde tijd zien we soortgelijke rituelen zien we in die tijd ook in Mantsjoerije en Siberië gebeuren. Het feit dat er in Korea ruim 30.000 van deze begraafplaatsen gevonden zijn, doet vermoeden dat het gebruik daar is ontstaan.
Naast grote graanvelden is er ook bewijs gevonden voor het ontstaan van natte akkerbouw voor het verbouwen van rijst. Hoewel rijst toch nog niet het belangrijkste onderdeel was van het Koreaanse dieet, kunnen we wel stellen dat het zijn oorsprong kent uit in het Mumun tijdperk. De Mumun cultuur reikte tot aan Jeju eiland en het westen van Japan. De mensen leefden in woningen die deels ingegraven waren. Ook stammen de eerste bronzen voorwerpen uit deze periode en zijn uit jade vervaardigde ornamenten gevonden.

Met het uitbreiden van de nederzettingen was het onvermijdelijk dat er conflicten uitbraken tussen de verschillende nederzettingen. Het aantal nederzettingen in de late periode was in aantal kleiner, maar het aantal huizen per nederzetting was groter. Sommige nederzettingen werden boven op heuvels gebouwd, zodat ze gemakkelijker te verdedigen waren. Uit het Mumun tijdperk zijn gepolijste zwaarden gemaakt van steen en stenen pijlpunten overgebleven. Deze werden niet alleen gebruikt voor de jacht, maar waren waarschijnlijk ook nodig om zich tegen andere mensen te verdedigen.

De Mumun periode eindigt wanneer brons steeds belangrijker wordt en ook ijzeren voorwerpen gevonden worden. Aardewerk gelijk aan dat uit het Mumun tijdperk blijft echter tot het jaar nul in gebruik.

 

Afdrukken

spacer