Gojoseon
Gemeenschappen breiden zich uit door allianties te sluiten of oorlog te voeren met omringende gemeenschappen. Federaties van gemeenschappen vormen staten en een nieuw era breekt aan. Door Noord-Korea’s hoofdstad Pyongyang loopt de Daedong rivier, het is aan deze rivier waar rond 500 voor Christus de werkelijke geschiedenis van Korea begint met de opkomst van Gojoseon. Zodra in de 4de eeuw voor Christus meerdere staten ontstonden, was Gojoseon de meest dominante. Met het uitbreiden van Gojoseon’s macht, werd ook de macht van Gojoseon’s heerser groter. De lokale heersers vielen onder het gezag van de vorst van Gojoseon.
Baekdusan
In de eerste eeuw voor Christus valt Gojoseon langzaam uit heen, niet alleen door invloeden van buiten af zoals de aanvallen van Wiman en Han China, maar ook door interne veranderingen. Met de opkomst van ijzer veranderden de sociale structuren. Landbouw kon intensiever bedreven worden en leverde de meer op. Landbezit werd belangrijker en nieuwe politieke structuren waren nodig om deze uitdaging het hoofd te bieden. De vorsten van Gojoseon weten hier niet op in te spelen en de lokale regimes, geosuguk genaamd, van Gojoseon vormen nieuwe staten zoals Boyeo, Okjeo en Dongye. Buyeo splitst zich later op in Baekje en Goguryeo.
In de derde en tweede eeuw voor Christus was er nog een politieke macht actief in het zuidelijke deel van het Koreaanse schiereiland, naast Gojoseon. Deze staat stond bekend als de Jinguk (Jin staat). Jin, bestaande uit de confederatie van Jinhan, Byeonhan en Mahan, gaat uiteindelijk op in Samhan, ook wel het proto tijdperk van de Drie koninkrijken genoemd. Deze periode die ligt tussen de val van Gojoseon en het tijdperk van de Drie Koninkrijken.
Ontstaansmythe
De ontstaansmythe van Korea stamt uit het stenentijdperk. En hoewel deze mythe pas opgeschreven werd in 13e eeuw na Chr. ten tijde van de Goryeodynastie, wordt aangenomen dat hij terug gaat om een langere orale traditie.
Volgens deze mythe zou de heer van de hemel, Hwan-in, een zoon hebben, Hwan-ung genaamd, die graag tussen de mensen wilde leven. Uiteindelijk geeft Hwan-in zijn zoon toestemming om af te dalen. Hwan-in, samen met 3.000 helpers, daalt af naar de berg Baekdu en stichtte daar de stad Sinsi, wat letterlijk ‘God stad’ betekent. In de buurt van deze stad leefden een tijger en een beer die beide graag mens wilden worden. Ze baden tot Hwan-ung of hij ze asjeblieft mens kon maken, en Hwan-ung stemde toe. Hij gaf ze de opdracht om 100 dagen lang uit de zon te blijven en te leven van 20 stukken knoflook en bijvoet die hij ze gaf. De tijger hield het niet vol, maar de beer volbracht de opdracht. Als beloning werd de beer door Hwan-ung getransformeerd tot een vrouw, Ung-nyeo genaamd. Ung-nyeo echter voelde zich al snel alleen en bad tot Hwan-ung om haar een kind te geven. Hwan-ung nam Ung-nyeo tot zijn vrouw en uit het huwelijk werd een zoon geboren, Dan-gun Wanggeom genaamd. De term Dangun was een titel die waarschijnlijk door de heersers van Gojoseon gebruikt werd.